Producten Ons aanbod veiligheidsoplossingen
Sectoren Bedrijfseigen toepassingen
Toepassingen Specifieke en risicovolle activiteiten

Motivatiecampagnes

27-12-2011

 


100% VEILIG WERKEN
DOE JE ZELF!

We willen medewerkers bewust maken van de mate waarin het eigen gedrag en attitude de veiligheid op de werkvloer kan verhogen.

 


HANG NIET HET BEEST
UIT OP HET WERK!

We willen de  kwetsbaarheid van de werknemers aantonen door de vergelijking te maken met een aantal beschermende kenmerken van dieren die wij als mens “nabootsen” door middel van PBM’s.

 

 

 

Nieuwsberichten

Veiligeheid voor mens en machine

(Gepubliceerd op 09-06-2010)

Veiligheid voor mens en machine


Kostenverhoging of zinvolle investering?

Het gebeurt wel vaker dat veiligheid en werkcomfort niet hand in hand gaan. Getuige hiervan zijn de talrijke arbeidsongevallen omdat personeelsleden de veiligheidscomponenten hebben uitgeschakeld. Procedures en strafmaatregelen blijken soms onvoldoende om die houding te veranderen.

De enige doeltreffende oplossing ligt in inherente veiligheidssystemen die de gebruikers tegen onveilig gedrag beschermen. Hiertoe lanceerde de Europese Commissie in 1996 de beruchte ‘Machinerichtlijn’. Ondanks het feit dat we nu al enkele jaren verder zijn, blijken er nog talrijke non-conforme systemen op de markt te circuleren. Reden? Complexe reglementeringen die niet altijd duidelijk zijn, onvoldoende controle én natuurlijk de extra investeringen om de machines aan te passen.
Vandaag vereist de Europese Commissie dat elk bedrijf een beleid hanteert dat de productie- en arbeidsveiligheid waarborgt. Op het eerste zicht een logische verwachting, ware het niet dat de talrijke normen en richtlijnen niet altijd even gemakkelijk implementeerbaar zijn. Het schoentje wringt vooral bij oudere machines omdat het niet altijd eenvoudig is deze aan te passen (onderdelen niet meer verkrijgbaar, fabrikant bestaat niet meer, machine compleet omgebouwd, enz.), en soms is het sop de kool niet waard en vraagt een aanpassing dergelijke grote investering dat het soms goedkoper is een nieuwe machine aan te schaffen.
Ook aangepaste systemen (verhoogde productiecapaciteit, verbeterde bediening, enz.) ontsnappen de dans niet. Hier ligt het probleem vooral in het feit dat de eigenaar/gebruiker de benodigde veiligheidsvoorzieningen zelf moet voorzien. Bovendien weten veel bedrijven, door de hoeveelheid aan aanbevelingen en uitzonderingen, niet meer wat kan, mag of niet mag.

De basis voor veiligheid
Het begon allemaal met de EG-machinerichtlijn 89/336/EEG die op 1 januari 1996 in voege kwam. Zo vereist deze dat ‘alle’ machines (uitgezonderd de opsomming in artikel 1 lid 3, die vallen onder aparte richtlijnen die veelal nog zwaardere eisen met betrekking tot veiligheid stellen) die binnen de Europese Economische Ruimte (EU en EVA), en ook Noorwegen, Ijsland en Zwitserland worden verhandeld/in gebruik gesteld, voorzien worden van een CE-markering.
De machinerichtlijn maakt onderscheid tussen ‘gevaarlijke’ en ‘minder gevaarlijke’ machines. In de meeste gevallen (+/- 95%) behoort een machine tot de ‘minder gevaarlijke’ groep, waarbij de veiligheids- en gezondheidsrisico’s niet al te groot zijn. Hierbij kan de fabrikant de CE-markering geheel zelfstandig aanbrengen en de bijhorende IIA-verklaring (verklaring van overeenstemming opgesteld in de taal van de gebruiker) opstellen. Van machines en veiligheidscomponenten met een verhoogd risico, de zogenaamde ‘gevaarlijke’ groep, geeft de machinerichtlijn een opsomming Voor dergelijke machine is ‘zelfcertificering’ niet voldoende en moet te allen tijd contact worden gezocht met een zogenaamde ‘Notified Body’ of ‘Aangestelde Instantie’. Afhankelijk van het al dan niet beschikbaar zijn van de geharmoniseerde Europese normen moet de machine ook nog een EG-Typeonderzoek ondergaan.

De heilige drievuldigheid
Sommigen menen nog steeds dat het CE-label een kenmerk is zoals Cebec, Kemakeur, VDE, enz. Dit is een hardnekkig misverstand. Het CE-label zegt niets over de kwaliteit van een product. Het duidt alleen aan dat aan de wettelijke eisen is voldaan. De machinerichtlijn is dus wel degelijk een Europese wet en dus verplicht! De technische specificaties zijn/worden vastgelegd in EN-normen. Wie echter met Europese richtlijnen bezig is heeft spoedig te maken met de begrippen ‘richtlijnen’ en ‘normen’. Wat is het verschil tussen beide? Een richtlijn geeft een algemeen kader weer en een norm beschrijft de praktische uitvoeringen voor deze richtlijn. Zo staat in een norm beschreven met welke testspanningen een keuring moet gebeuren, hoe lang een test moet duren, enz.
Vandaag de dag wordt ‘productveiligheid’ door drie Europese richtlijnen gedekt: de machine- de laagspanning- en de EMC-richtlijn. Deze schrijven voor dat de producent bij het ontwerp en de fabricage de specifieke reglementeringen in acht moet nemen. De term ‘producent’ moet ruim worden geïnterpreteerd. Het kan de daadwerkelijke fabrikant van het product zijn, maar ook de invoerder kan onder de bepaling vallen. Zelfs de eigenaar van de machine valt niet uit de boot. Wanneer hij zijn machines op één of andere manier aanpast dient hij eveneens aan de richtlijnen inzake productveiligheid te voldoen. Alles in detail hier gaan beschrijven zou ons te ver brengen, zodat wij ons hier houden aan een summier overzicht. Een volledig overzicht is op eenvoudige aanvraag te verkrijgen bij de bevoegde Belgische instanties of bij de Europese Commissie.
Vooral de EMC-richtlijn (Elektro-Magnetische-Compatibiliteit) deed veel stof opwaaien, en terecht. Een schoolvoorbeeld van een EMC-storing is de brommer die een radiotoestel stoort. De veroorzaakte hinder is uit de wereld geholpen wanneer ofwel de brommer niet uitzend, ofwel de radio terdege is afgeschermd. Beide problemen tegelijk aanpakken is natuurlijk het beste en het is dat wat de richtlijn beoogt.
Een andere richtlijn die gekoppeld is aan het CE-label is de machinerichtlijn. Deze gaat voornamelijk over bewegende onderdelen die een gevaar voor de gebruiker kunnen vormen. De laagspanningsrichtlijn tenslotte omvat onder meer een aantal elektrische testen zoals: aardleidingstest, isolatietest, doorslagspanningstest, restspanningstest, functionele test, enz. Het spreekt voor zich dat vooral elektronische apparatuur hieraan onderworpen is.

In concreto
Door dit alles is er meer aandacht gekomen voor veiligheidsmateriaal en is aan aanbodszijde de technologie beginnen evolueren. Een praktisch voorbeeld is het automatisch uitschakelen van een machine bij anomalieën (uitval of storing aan de sturing, het openen van een veiligheidshek, enz.). Hiervoor werden vroeger vaste bekabelingen en afschakelmechanismen, gebaseerd op veiligheidsrelais, toegepast. Maar vandaag worden deze steeds vaker door een veiligheids-PLC vervangen. Deze kan immers complexere situaties aan én gemakkelijker op nieuwe noden worden afgestemd. Andere voorbeelden zijn ook de veiligheidsbussen. Van deze laatste verwacht men een grotere betrouwbaarheid dan van een supervisiesysteem of van een veldbus tussen instrumentatie en operatorcontrole. Wil men daarom in dergelijke veiligheidscircuits moderne technologie zoals veldbussen introduceren, dan moet deze ‘foutbestendig’ zijn. Het uitvallen of falen van componenten mag nooit leiden tot het niet detecteren van een veiligheidsprobleem, het in gevaar brengen van de mens en/of de installatie. Daarom ook kan een normale machine- of processturing (een klassieke veldbus) niet worden ingezet in veiligheidscircuits.
De nieuwe veiligheidsveldbussen kunnen worden gezien als een gedistribueerde veiligheids-PLC met ‘in the field’ veldstations met specifieke ingang-, uitgang- en gecombineerde I/O modules. Deze modules bevatten naast de I/O-functionaliteiten en de veilige datatransfer ook bijkomende hulpfuncties. Zo verzorgen uitgangsmodules ook de energietoevoer naar beveiligingsmodules zoals vergrendelingsmagneten van deursloten. Omdat de veldstations de gepaste bussignalen genereren kan men op het netwerk alle gangbare sensoren en actoren aansluiten.

Veilige installaties vereisen inspecties
Bij veiligheidsinspectie van een installatie in een gebouw of productieplaats, zal meestal de conclusie luiden dat door de gevorderde leeftijd het geheel onoverzichtelijk is geworden. Dit houdt automatisch in dat het niet eenvoudig is om een betrouwbare uitspraak te doen over de veiligheid van een installatie. De voor de veiligheid verantwoordelijke medewerker zal zich moeten verdiepen in de installatietekeningen om het vereiste inzicht te krijgen. Dit houdt vaak in dat deze tekeningen vernieuwd moeten worden. Bestaande tekeningen zijn vaak niet meer up-to-date. Na het in kaart brengen van de installatie zullen enkele veiligheidsmetingen moeten worden verricht. De belangrijkste veiligheidsmetingen in bijvoorbeeld een laagspanningsinstallatie zijn: isolatieweerstand, weerstand beschermingsleiding, aardcircuitweerstand, aardingsweerstand, soortgelijke grondweerstand, aardlekschakelaarstest, draaiveldrichting en aanraakspanning. De metingen zijn erop gericht om te voorkomen dat aanraakspanningen hoger dan 50Vac gedurende meer dan 300 msec voor kunnen komen. Dit zijn namelijk de waarden die een mens, zonder lichamelijk letsel op te lopen, kan verdragen.

Plussen en minnen
Het invoeren van dit soort richtlijnen gaat onvermijdelijk gepaard met de nodige inspanningen en kosten. In deze tijd van het streven naar een steeds hogere levensstandaard dreigen we soms meer bezig te zijn met zaken als veiligheid, gezondheid en milieu. Vanwege het gebrek aan tijd en expertise wordt het ontwikkelen en uitvoeren van dit soort werkzaamheden steeds meer uitbesteed aan hiervoor gespecialiseerde dienstverleners. Dat hiervoor een prijs betaald moet worden is duidelijk. Maar u krijgt er (of zou het moeten krijgen) ook iets voor terug:
§ hogere bewustwording van de werknemer ten aanzien van veiligheid, gezondheid en welzijn door directe betrokkenheid bij de verbetering van de werksituatie;
§ hogere bedrijfszekerheid door verbetering van het onderhoud;
§ lager ziekteverzuim door een veiligere en gezondere werkplek;
§ optimalisatie van het onderwerp van machines en productielijnen door verbeterde inzichten als gevolg van het beoordelen en evalueren van de (mogelijke) risico’s.
Aan de arbeidswetgeving moeten we allemaal voldoen, dat is duidelijk. En voor veiligheid, gezondheid en milieu hebben we best veel over, maar de kostprijs van ons product moet wel aanvaardbaar blijven. Wanneer we echter kijken naar de revenuen, dan kunnen de noodzakelijke investeringen, financieel gezien, wel eens uitermate zinvol blijken te zijn. Wat zijn immers de indirecte kosten van een gemiddeld ongeval met schade en/of letsel, zonder van het menselijk leed te spreken? <<
Hubert Lahaut


http://www.mainpress.com/nederlands/dossier_maintenance/veiligheid_mens.htm
 

« Terug naar overzicht

 

Geef uw klantnummer, e-mailadres en paswoord in om aan te loggen:

Boodschappenmandje

Geen artikels in boodschappenmandje

 
 
 

Verkoopsvoorwaarden | Privacy | Disclaimer | Gebruik website | Best viewed in Internet Explorer 7 or higher, Mozilla Firefox, or other recent browser